Iedere groep heeft een vergelijkbaar eigen stuk terrein. Daar wordt op een willekeurige plaats een kraal gemaakt. Met een rood-wit lint om de bomen is die gemakkelijk aan te geven. De kraal kan ook van dood materiaal worden gemaakt. De grootte van de kraal is voor alle groepen gelijk, bijvoorbeeld 10 meter. De grootte van de kraal is afhankelijk van het aantal spelers en van de vaardigheid van de spelers. Het moet zo zijn dat er spanning ontstaat tussen “lukken” of “getikt worden”. Binnen de eigen kraal worden vier spelattributen zichtbaar neergelegd. Bijvoorbeeld: pion, hoepel, blokje & frisbee.

Iedere speler heeft een leven, bijvoorbeeld een speelkaart in een bepaalde kleur. Om mee te kunnen spelen is zo’n leven noodzakelijk. Op het eigen gebied ben is de speler de baas, hij/zij kan er naar hartelust indringers aftikken. Een speler die getikt wordt, moet zijn leven halen bij de centrale post. Buiten de eigen speelhelft kan een speler dus afgetikt worden, maar alleen door de partij waaraan dat gebied behoort.

Is het een speler gelukt in de vrij-plaats van de tegenpartij door te dringen, dan mag hij/zij ongehinderd met één voorwerp de terugtocht beginnen. Het voorwerp wordt in de eigen cirkel bij de andere voorwerpen gelegd. De groepen proberen zo elk één of meer kwartetten te verzamelen. Van een eenmaal gevormd kwartet mag niets meer worden afgenomen door de tegenpartij. ‘Binnen is binnen’.

NOTA BENE

  • Wil je met puntentelling werken? Levens kun je waarderen met bijvoorbeeld 5 punten per veroverd leven. Elk voorwerp in de cirkel is 25 punten en een kwartet 100 punten. Na afloop is het een kwestie van tellen en je weet welke groep deze keer heeft gewonnen.
2014-03-06T18:41:09+00:00