De spelers lopen allemaal rond in het speelveld. Zij hebben een denkbeeldig object bij zich. Bijvoorbeeld een tennisbal, waar ze mee tegen de muur stuiteren, een kopje koffie waar ze in roeren en waar ze vervolgens een slok van nemen, of een kam waarmee ze hun haar kammen. Komen ze een andere speler tegen dan demonstreren beide spelers het voorwerp wat ze bij zich hebben en wisselen daarna van voorwerp. Aan het eind van het spel mag iedere speler vertellen welk voorwerp hij/zij op dat moment denkt te hebben.

2014-03-06T19:06:28+00:00