(VARIATIE OP STOELENDANS)

De spelers stellen zich op zodanige afstand op dat een grote bal gemakkelijk doorgegeven kan worden. De spelleider draait zich om. Hierna beginnen de deelnemers met het doorgeven van de bal. Dan fluit de spelleider plotseling, de speler die in het bezit is van de bal is op het moment van fluiten valt uit, wie blijft over?

VARIATIES

  • De speler die de bal in handen heeft, valt niet af maar moet een opdracht uitvoeren. Voorbeeld: een mop vertellen of een liedje zingen.
  • Je kunt de spelers ook zelf een opdracht laten verzinnen. Doe dit wel voordat je met spelen begint. De spelers kunnen hier eventueel bij helpen: laat alle spelers een opdracht op een kaartje schrijven en nummer de opdrachten. Laat de speler(s) die tijdens het spel een opdracht moet(en) uitvoeren een nummer kiezen en de bijbehorende opdracht uitvoeren.
  • Laat meerdere ballen doorgeven zodat men in een groepje een opdracht moet uitvoeren.
2014-03-06T19:03:23+00:00