De spelers worden in 2 partijen verdeeld; elke partij zit langs de kant van het lokaal. Het lokaal wordt in twee helften verdeeld, de stoelen staan een eindje uit elkaar, in het midden van elke helft van het lokaal; de bezemstelen liggen op de stoelen en de dweil ligt er tussenin.

In elke partij zijn de spelers genummerd van 1 t/m …. De spelleider roept een nummer; de twee spelers met dat nummer rennen beiden naar de stoel van hun eigen partij, pakken daar de bezemsteel en proberen daarna met de punt van de bezemsteel de dweil onder de stoel van de tegenstander (het doel) te schuiven. Dat levert een punt op. Na een score (of na b.v. 30 seconden) wordt er gewisseld: de twee spelers gaan naar de kant en de spelleider roept een nieuw nummer.

2014-03-06T19:19:58+00:00