Stel de spelers op in een lange rij langs een lijn. Deze lijn is de denkbeeldige kant van een sloot. Zodra de spelleider “in de sloot” zegt, springen alle spelers over de lijn de sloot in. Zegt de spelleider vervolgens “uit de sloot” dan springen de spelers terug naar de kant van de lijn waar ze begonnen zijn. Spelers die niet, fout of te laat reageren zijn af. Om het moeilijker te maken kan de spelleider iets dat op in de sloot lijkt zeggen, bijvoorbeeld “in de boot”. De spelers die dan toch in de sloot springen zijn af.
Wie blijft er over?

2014-03-06T19:26:27+00:00