Uit de spelers worden een kat en een muis gekozen. De rest van de spelers staan opgesteld in evenwijdige rijen. Ze geven elkaar een hand en vormen zo een aantal gangen. De kat en de muis kunnen nu in de lengte tussen de rijen spelers doorlopen. Op een fluitsignaal laten de spelers de handen los, draaien een kwartslag naar rechts, pakken de handen weer vast en vormen zo nieuwe gangen, dit maal in de breedte. Nu kunnen de kat en de muis alleen in de breedte door het veld lopen.
Op een geven teken start het spel. De kat probeert de muis te vangen. Dat wordt moeilijker gemaakt doordat de leid(st)er af en toe fluit, waardoor doorgangen in de andere richting ontstaan. Wordt de muis gevangen, dan kan er een ander paar worden aangewezen.

2014-03-06T19:24:28+00:00