kampspellen

Lucifers leggen

De spelers moeten binnen een bepaalde tijd om beurten zoveel mogelijk lucifers op de hals van een fles proberen te leggen zonder dat ze eraf vallen. Het aantal lucifers dat na 1 of 2 minuten nog op de hals van de fles ligt telt.

Opmerking

Men mag ook eerder stoppen als men denkt er niet meer op te krijgen.

Moeren & schroeven spel

De spelers worden in groepjes verdeeld en geblinddoekt. Elk groepje krijgt een zak met schroefjes en moertjes van verschillende dikten. Deze moeten op aan elkaar gedraaid worden. Welk groepje is het eerste klaar? Of welk groepje maakt de meeste combinaties binnen een bepaalde tijd?

Muizenvang

Alle spelers zitten dicht tegen elkaar in een kring met hun benen vooruit enigszins gebogen. Eén speler verlaat de kamer, hij/zij moet straks een muis (balletje) vangen. In de kring loopt het muisje onder de benen door. Plotseling komt de muizenvanger binnen. De speler die op dat moment de muis onder zijn benen heeft, probeert die daar zo onopvallend mogelijk te laten liggen. De muizenvanger moet, alleen maar door te kijken, raden waar de muis verstopt zit. Als hij/zij het raadt, wordt iemand anders muizenvanger. Anders moet hij/zij opnieuw de kamer verlaten.

Opmerkingen

  • Een moeilijkere variant is om het balletje te blijven doorgeven als de muizenvanger in het midden van de kring staat en even niet kijkt.
  • Het spel is ook gemakkelijker of moeilijker te maken, door te wisselen van bal: pingpongbal, tennisbal, voetbal.

Nachtloper

De helft van de spelers staat geblinddoekt verspreid door het lokaal of het speelveld. Ze mogen niet lopen, maar alleen met hun armen om zich heen voelen. De andere spelers proberen tussen hen door te lopen en zonder getikt te worden van de ene naar de andere kant van het lokaal / speelveld te komen.

Nachtwacht

Eén van de spelers is nachtwacht en wordt even het lokaal uit gestuurd. De andere spelers krijgen allemaal een nummer en verstoppen zich verspreid in het lokaal. Het lokaal wordt goed donker gemaakt en de nachtwacht komt binnen. De nachtwacht zegt: "Ik ben de nachtwacht en de klok slaat ...". Dan zegt hij/zij een getal op maakt met een stoffer en blik een aantal slagen. De speler die dat nummer heeft, maakt een dierengeluid, waarna de nachtwacht moet raden welke speler dat is geweest. Het geluid mag eventueel nog een keer herhaald worden. Als het dan nog niet geraden is, kan de nachtwacht een ander nummer zeggen. Natuurlijk kan er ook met twee samenwerkende nachtwachten gespeeld worden of met andere geluiden dan dierengeluiden. In plaats van in een donker lokaal kan de nachtwacht zelf ook geblindoekt worden.

Nummerspel

Verdeel de spelers in twee partijen. Partij A gaat naar de ene kant van het terrein, partij B naar de andere kant. De spelers krijgen zowel een rugnummer als een borstnummer (identiek). Eén van beide nummers (borst of rug) moet altijd zichtbaar zijn (voorkomt worstelpartijen enz.). Zodra de spelleider het startsignaal geeft, gaat een speler van partij A opzoek naar een speler van partij B met hetzelfde nummer en andersom. Ziet hij/zij deze, dan roept de speler de naam en het nummer. De speler wiens naam genoemd werd is af, gaat naar de centrale post om een nieuw nummer te krijgen en doet vervolgens weer mee aan het spel. Welke speler of welke partij heeft de meeste nummers juist afgeroepen?

Olifantentikspel

Eén van de Spelers is tikker (olifant). De overige spelers zijn allemaal de beesten van het bos en gaan op dierenmanier rondlopen. De olifant houd zich bij de neus vast en stekt de andere arm door dit gevormde kringetje en gaat op die manier de anderen tikken. Wordt iemand getikt, dan verandert dit dier eveneens in een olifant en gaat helpen tikken. Wie blijft het langst over?

Onderzeeërs

Eén ploeg staat verspreid op één lijn over de gehele breedte van de speelruimte. Deze spelers zijn geblinddoekt en staan met de benen gespreid en geven elkaar een hand. Samen vormen ze een net dat de onderzeeërs op moet vangen. Hun benen of knieën mogen ze niet bewegen, wel mogen ze de handen kort loslaten om een onderzeeër te tikken. De andere spelers moeten proberen om binnen een vastgestelde tijd door het net te komen.

Op een krant staan

Maak groepen van maximaal zes spelers. Per groep mogen de spelers op een opengevouwen krant gaan staan. Hierna vouwt de leiding de krant dubbel en mogen ze er weer op gaan staan, etc. Welk groepje lukt het om op het kleinste stukje krant te gaan staan?

Op reis

Alle spelers krijgen de naam van een plaats en stellen zich op in een kring. Eën speler staat geblinddoekt in het midden. De spelleider zegt: "Ik ga op reis van Amsterdam naar Dronten". De spelers met die namen wisselen nu van plaats en zijn daarbij zo stil mogelijk. De geblinddoekte speler in het midden moet ze tijdens het wisselen proberen te tikken. Wie getikt wordt mag de volgende ronde in het midden zitten.